ACHTKNOOP IN 5 MM HMPE: 73% sterkte blijft over
Een achtknoop snoert minder kracht weg dan verwacht — maar de spreiding van 68% tot 82% retentie is groot genoeg om elk veiligheidsrekensommetje op de laagste waarde te baseren.
Een achtknoop in 5 mm HMPE blauw/goud breekt gemiddeld bij 6,75 kN (688 kg) — dat is 73% van de ongeknoopte breeksterkte van 9,27 kN (945 kg).
De gangbare vuistregel luidt dat een knoop in HMPE zo'n 40 tot 60 procent van de sterkte wegneemt — en dat je beter een splits gebruikt. Dat klopt voor een strakke overhandse knoop, maar de achtknoop doet het in dit touw merkbaar beter. Of dat "beter" genoeg is voor jouw toepassing, hangt af van de laagste gemeten waarde, niet van het gemiddelde.
Over vijf metingen varieerde de breeksterkte van de achtknoop van 6,29 kN tot 7,63 kN, een spreiding van 1,34 kN. Die variatie vertaalt zich in een retentiebereik van 68% tot 82% van de ongeknoopte sterkte.
In twee van de vijf gevallen scheurde het touw in de knoop in één doorgaande trek; de overige metingen toonden een gefaseerde belastingsopbouw. Het gemiddelde (73%) geeft de trend weer — maar een gebruiker mag statistisch rekenen op de onderkant: 68%.
UHMWPE koord 5 mm blauw/goud — gevlochten kern met mantel
Het 5 mm HMPE koord blauw/goud is opgebouwd als een gevlochten kern met mantel (kernmantel-constructie). De HMPE-kern levert de breeksterkte; de gevlochten mantel beschermt tegen slijtage en houdt de kern in lijn.
Ongeknoopt breekt dit touw gemiddeld op 9,27 kN (945 kg) over vijf metingen van 18 december 2025. HMPE absorbeert geen water en verliest geen sterkte bij nat gebruik — relevant voor maritieme en buitentoepassingen.
Dit touw is onderdeel van onze HMPE touw collectie.
Hoe we testen met een achtknoop

De breeksterktetesten worden in-house uitgevoerd door Otto Tromm op een universele testmachine met een capaciteit van 50 kN.
Voor deze machine zijn er 2 sets van speciaal ontwikkelde touwklemmen, die ingezet worden afhankelijk van de diameter en het materiaal van het touw. Dankzij deze beugels kan touw getest worden, zonder dat het eerst gesplitst hoeft te worden.
Alle testen worden uitgevoerd op basis van de richtlijnen van ISO 2307:2019. Dit houdt onder andere in dat er 5 keer getest wordt en we een testsnelheid van 20 mm per minuut gebruiken.
Elk touw wordt op zo'n manier vastgezet dat het touw strak staat. Er wordt geen voorspanning gegeven, omdat we de rek niet testen in deze testen.
Van elke test worden 2 herhalingen gefilmd met een Sony camera op statief. Verder wordt het exacte verloop van de grafiek apart op video vastgelegd. Zo kan het spanningsverloop en breukgedrag exact gematcht worden met de grafiek van de breektestmachine.
Bij elk van de 5 testen worden verder de observaties schriftelijk vastgelegd door de tester, zodat zaken als de mate van rek, de manier waarop het touw breekt en de hardheid van de knal bij het knappen van het touw worden vastgelegd.
Voor deze test is de standaardprocedure aangehouden, met één afwijking: in het touw is een achtknoop gelegd voordat het in de klemmen werd gezet en er werd een soft shackle gebruikt voor de koppeling aan de touwbeugel onder.
Machine, klemmen zelf, testsnelheid en het aantal van 5 metingen zijn gelijk aan een test zonder knoop, zodat het verschil in gemeten breeksterkte aan de achtknoop is toe te schrijven. De referentiewaarde zonder knoop komt uit een eerdere test van hetzelfde touw (5 metingen, 9,27 kN).
De spreiding van 68% tot 82% retentie betekent: dezelfde knoop, dezelfde hand, toch 1,34 kN verschil. Gebruik altijd de onderkant.— uit de testpraktijk
Testresultaten: achtknoop in 5 mm HMPE
Vijf metingen, testsnelheid 20 mm/min.
De gemiddelde breeksterkte met achtknoop bedraagt 6,75 kN (688 kg). De spreiding van 6,29 kN tot 7,63 kN (1,34 kN verschil) is aanzienlijk voor een identieke testopstelling.
Dit is kenmerkend voor knooptests: de exacte ligging en strakheid van de knoop beïnvloeden het resultaat zichtbaar.
De retentie bedraagt gemiddeld 73% ten opzichte van de ongeknopte baseline van 9,27 kN.
De laagste meting gaf 68% retentie, de hoogste 82%. Wie veiligheidsmarges berekent, moet uitgaan van de 68% — dat is 6,29 kN (circa 641 kg). In drie van de vijf metingen scheurde het touw in één doorgaande trek; in de overige twee verliep de bezwijking gefaseerd.
De gerapporteerde waarden zijn in alle gevallen de belasting waarbij de knoopverbinding het begaf.
Vergelijking: hetzelfde touw in drie knoopvarianten
De vergelijkingsbalk toont hetzelfde 5 mm HMPE blauw/goud-touw in vier toestanden: ongeknoopt, met een eerder niet-gespecificeerde knoop, met paalsteek, en met de nu geteste achtknoop.
De balken vergelijken dus geen verschillende producten, maar één touw in verschillende knooptoestand.
Ongeknopt: 9,27 kN (baseline). Niet-gespecificeerde knoop (18 dec): 4,83 kN — 52% retentie. Paalsteek (13 aug): 5,58 kN — 60% retentie. Achtknoop (huidige test): 6,75 kN — 73% retentie. De achtknoop behoudt duidelijk meer sterkte dan beide eerder geteste knoopvarianten.
Alternatieven voor knoopverbindingen in 5 mm touw
Conclusie: achtknoop presteert beter dan andere knoopvarianten
Een achtknoop in 5 mm HMPE blauw/goud behoudt gemiddeld 73% van de ongeknopte breeksterkte (6,75 kN / 688 kg) tegenover een baseline van 9,27 kN.
Dat is beter dan de eerder geteste paalsteek (60%) en niet-gespecificeerde knoop (52%). De praktisch relevante ondergrens is echter 68% — 6,29 kN: dat is het getal waarop veiligheidsmarges moeten worden gebaseerd.
Voor tijdelijke, laaglast of niet-veiligheidskritische verbindingen is de achtknoop een acceptabele keuze.
Otto Tromm legde vijf achtknopen, trok ze kapot en concludeerde dat hij beter is in knopen dan in spreadsheets — al klopt het gemiddelde ditmaal op de cent af.