PAALSTEEK IN HMPE: STERKTE 60% blijft over — maar de laagste meting zegt meer
Een paalsteek kost dit 5 mm HMPE touw gemiddeld 40% van zijn breeksterkte. Het gemiddelde is echter niet het getal waar je op moet rekenen.
Een paalsteek in 5 mm HMPE blauw/goud breekt gemiddeld bij 5,58 kN (569 kg) — 40% minder dan de ongeknopte breeksterkte van 9,27 kN (945 kg), maar de spreiding loopt van 50% tot 70% retentie.
HMPE staat bekend als het sterkste touwmateriaal per gewicht. Dat klopt voor het rechte touw — maar zodra je er een knoop in legt, verandert het verhaal ingrijpend. De aanname dat "zo'n sterk touw wel wat verlies kan hebben" verdoezelt hoe snel en hoe onvoorspelbaar die verliezen in de praktijk kunnen uitvallen. Vijf metingen met een paalsteek laten zien dat het gemiddelde slechts een deel van het verhaal vertelt.
De vijf metingen liepen uiteen van 4,66 kN tot 6,53 kN — een spreiding van 1,87 kN. Uitgedrukt in retentie: de laagste meting behield slechts 50% van de basissterkte, de hoogste 70%. Dat is een bandbreedte van 20 procentpunten over vijf identieke tests op hetzelfde touw.
Bij alle vijf metingen brak het touw in de knoop, maar scheidde het niet volledig. De reststerkte na breuk werd eenmalig gemeten en bedroeg 10–20 kg — verwaarloosbaar voor praktische doeleinden. De gerapporteerde waarden zijn de belasting waarbij de paalsteek bezweek, niet de volledige doortreksterkte van het touw.
5 mm HMPE koord blauw/goud met mantel — productkenmerken
Dit 5 mm HMPE koord blauw/goud heeft een gevlochten constructie met kern en mantel. De kern draagt het grootste deel van de belasting; de gekleurde mantel biedt bescherming en herkenbaarheid. HMPE (high-modulus polyethyleen) heeft een extreem lage rek (<4% bij breuk), absorbeert geen water en verliest geen sterkte in natte omstandigheden.
De keerzijde van de lage rek is een lage energieabsorptie — schokbelastingen worden nauwelijks gedempt.
Dit touw is onderdeel van onze HMPE touw collectie.
Hoe we testen met een paalsteek

De breeksterktetesten worden in-house uitgevoerd door Otto Tromm op een universele testmachine met een capaciteit van 50 kN. Voor deze machine zijn er 2 sets van speciaal ontwikkelde touwklemmen, die ingezet worden afhankelijk van de diameter en het materiaal van het touw. Dankzij deze beugels kan touw getest worden, zonder dat het eerst gesplitst hoeft te worden.
Alle testen worden uitgevoerd op basis van de richtlijnen van ISO 2307:2019. Dit houdt onder andere in dat er 5 keer getest wordt en we een testsnelheid van 20 mm per minuut gebruiken. Elk touw wordt op zo'n manier vastgezet dat het touw strak staat. Er wordt geen voorspanning gegeven, omdat we de rek niet testen in deze testen.
Van elke test worden 2 herhalingen gefilmd met een Sony camera op statief. Verder wordt het exacte verloop van de grafiek apart op video vastgelegd. Zo kan het spanningsverloop en breukgedrag exact gematcht worden met de grafiek van de breektestmachine. Bij elk van de 5 testen worden verder de observaties schriftelijk vastgelegd door de tester, zodat zaken als de mate van rek, de manier waarop het touw breekt en de hardheid van de knal bij het knappen van het touw worden vastgelegd.
Voor deze test is de standaardprocedure aangehouden, met één afwijking: in het touw is een paalsteek gelegd voordat het in de klemmen werd gezet. Machine, klemmen, testsnelheid en het aantal van 5 metingen zijn gelijk aan een test zonder knoop, zodat het verschil in gemeten breeksterkte aan de paalsteek is toe te schrijven. De referentiewaarde zonder knoop komt uit een eerdere test van hetzelfde touw (5 metingen, 9,27 kN).
Het gemiddelde is 60% — maar de laagste meting zit op 50%. Bij een knoop krijg je niet het gemiddelde; je krijgt wat de knoop die dag besluit te doen.— uit de testcontext
Testresultaten: paalsteek in 5 mm HMPE blauw/goud
Vijf metingen met een paalsteek op hetzelfde touwtype geven een gemiddelde breeksterkte van 5,58 kN (569 kg). De basissterkte van dit touw zonder knoop bedraagt 9,27 kN (945 kg) over vijf metingen (gemeten op 18 december 2025). De gemiddelde retentie bedraagt daarmee 60% — een verlies van 40%. De spreiding in retentie loopt van 50% tot 70%.
Dat de breuk steeds plaatsvond in de knoop en het touw niet volledig scheidde, is relevant voor de interpretatie: de gerapporteerde waarden zijn de belasting bij knoopfalen, niet de breeksterkte van het rechte touw. De eenmalig gemeten reststerkte na falen (10–20 kg) bevestigt dat het touw na knoopfalen functioneel onbruikbaar is.
Voor veiligheidstoepassingen geldt: reken met de laagste gemeten retentie van 50%, niet met het gemiddelde van 60%. De laagste meting bedroeg 4,66 kN (475 kg). Wie de WLL berekent op basis van het gemiddelde, overschat de betrouwbare onderkant met een factor die in de praktijk relevant is.
Vergelijking: hetzelfde touw in drie toestanden
De vergelijkingsbalk toont hetzelfde 5 mm HMPE blauw/goud touw in drie meetstaten: ongeknopt, eerder getest met een knoop (type onbekend, 18 december), en de huidige paalsteektest. Het gaat uitdrukkelijk om hetzelfde product in verschillende configuraties — niet om verschillende touwen.
Zonder knoop: 9,27 kN (945 kg). Eerdere knooptest (knooptype niet geregistreerd): 4,83 kN (492 kg), een retentie van 52%. Paalsteek (huidige test): 5,58 kN (569 kg), retentie 60%. De paalsteek presteert gemiddeld iets beter dan de eerder geteste knoop, maar de spreiding binnen de paalsteektest is groot genoeg om voorzichtigheid te gebieden. Het verschil tussen de twee knooptests (52% vs. 60%) illustreert bovendien hoe gevoelig HMPE is voor de exacte knoopgeometrie.
Conclusie: paalsteek in HMPE kost gemiddeld 40% — plan voor 50%
De paalsteek in 5 mm HMPE blauw/goud breekt gemiddeld bij 5,58 kN (569 kg), wat overeenkomt met een retentie van 60% van de ongeknopte basissterkte van 9,27 kN (945 kg). De spreiding loopt echter van 50% tot 70% — en voor veiligheidstoepassingen is de onderkant het maatgevende getal. Wie met een paalsteek werkt in dit touw, moet uitgaan van 4,66 kN (475 kg) als conservatieve bodemwaarde. Volgens het Handbook of Fibre Rope Technology (McKenna, Hearle & O'Hear) reduceren knopen de breeksterkte algemeen met 40–60%; de gemiddelde retentie van dit touw valt binnen die band, maar de laagste meting raakt de onderkant ervan. De paalsteek is bruikbaar voor tijdelijke, niet-kritische verbindingen waarbij de veiligheidsfactor op de laagste knoopsterkte voldoende ruim is. Voor structurele of veiligheidskritische verbindingen blijft een oogsplits de aangewezen keuze.
Otto Tromm heeft voor deze test vijf keer een paalsteek gelegd, vijf keer toegekeken hoe het touw daarin bezweek, en eenmalig de reststerkte gemeten — waarna hij concludeerde dat 10 tot 20 kg niet de moeite van herhaling waard was. Hij registreert dit als een wetenschappelijk besluit en niet als tijdgebrek.